Jehanne verscheen in de geschiedenis vaak als een vrouw die, tegen elke verwachting in, het publieke toneel betrad en het even naar haar hand zette. Maar wie haar tijd van dichterbij bekijkt, ziet dat er rondom haar nog andere vrouwen bewogen die, elk op hun manier, macht uitoefenden of probeerden te overleven binnen de grenzen van hun wereld.
Isabella van Beieren was zo’n figuur: als echtgenote van de gekke koning Karel VI, koningin in een verscheurd Frankrijk, midden in een hof dat door oorlog en facties werd opgegeten.
Yolande van Aragón, schoonmoeder van Karel VII, opereerde vooral áchter de schermen, maar uiterst doeltreffend: steun organiseren, bondgenootschappen kneden, het wankele ‘Franse kamp’ bij elkaar houden.
Maria van Anjou, Yolandes dochter, echtgenote van Karel VII, en eveneens koningin, belichaamde dan weer een vorm van stille continuïteit: aanwezigheid, legitimiteit, dynastieke stabiliteit.
En Agnès Sorel – officieel ‘alleen maar’ maîtresse – toonde hoe informele nabijheid aan de macht soms meer gewicht kan hebben dan een titel.
Wat deze vier vrouwen gemeen hadden, is niet dat ze allemaal ‘heldinnen’ waren. Wel dat ze, in een mannenwereld van oorlog en bestuur, toch ruimte maakten: door strategie, door netwerk, door nabijheid, door volharding. Jehanne deed dat op de meest spectaculaire manier – maar ze was niet de enige vrouw in de vijftiende eeuw die het spel mee bepaalde.
Dat is precies waarom 8 maart – Internationale Vrouwendag – niet alleen over vandaag gaat, maar ook over een lange lijn in de tijd: vrouwen die hun plaats opeisen, en systemen die die plaats weer willen inperken. In België trekt Amnesty International op 8 maart opnieuw de straat op, samen met tientallen middenveldorganisaties, voor vrouwenrechten en gendergelijkheid. Hun focus ligt dit jaar op Afghanistan.
Die focus is geen abstract thema. Amnesty beschrijft hoe de taliban vrouwen en meisjes steeds verder uit het publieke leven duwen: beperkingen op verplaatsingen, onderwijs dat hoogstens tot basisonderwijs reikt, en een klimaat van angst en repressie. Het is alsof men een samenleving doelbewust halveert – en dan verwacht dat ze ‘normaal’ blijft functioneren.
Moeders voor Vrede onder leiding van de Ieperse Jennie Vanlerberghe doet in Afghanistan nog altijd schitterend werk, hoe moeilijk dat daar ook gaat.
Van Jehanne tot vandaag loopt dus één heldere draad: vrouwen zijn nooit vanzelf ‘aanwezig’ in de geschiedenis – die aanwezigheid is telkens weer bevochten, afgedwongen, bewaakt. 8 maart is een moment om dat hardop te zeggen, en tegelijk concreet te handelen: door mee op straat te komen, door je stem te verbinden met vrouwen die die stem vandaag nauwelijks nog mogen gebruiken.
Ook de stem van Jehanne werd door de eeuwen heen meestal ‘verdraaid’. Daar wil ik met dit boek iets aan veranderen door ook het ‘andere verhaal’ te laten weerklinken.
