Over de naam Jehanne – een lang traject

Mensen die weten dat ik al een tijdje aan mijn boek schrijf, stellen me vaak twee vragen – steevast naast de opmerking: “Moh, dat wisten we niet  – interessant.

Vraag 1 gaat over haar naam: “Is het nu Jeanne of Jehanne?”

Wie kan daar beter op antwoorden dan zijzelf? Er zijn namelijk drie handtekeningen bewaard gebleven waarvan men doorgaans aanneemt dat ze door haar zijn gezet. En die zijn duidelijk: Jehanne. Ze staan onderaan een brief aan de inwoners van Riom (9 november 1429) en onder twee brieven aan de mensen in Reims (16 en 28 maart 1430). De brieven zelf werden doorgaans door een secretaris genoteerd (zij dicteerde), maar die ondertekening ‘Jehanne’ is precies wat ons hier interesseert. Later werd in Frankrijk de spelling ‘Jeanne’ de standaardvorm – en daar zit waarschijnlijk een stuk van de verwarring.

Riom
Reims 16 maart
Reims 28 maart

Ook over haar ‘familienaam’ d’Arc krijg ik soms vragen.

  1. Die schrijfwijze hoort niet bij de 15de eeuw. Apostrofs zoals in d’Arc werden in het Frans pas in de 16de eeuw echt gangbaar. In documenten uit haar tijd zie je de familienaam in allerlei fonetische varianten: Darc, Dars, Day, Darx, Dare, Tarc, Tart, Dart, enzovoort.
  2. Jehanne zelf gebruikte die familienaam niet. In de bronnen noemt ze zich vooral ‘la Pucelle’ (later in de beeldvorming vaak: ‘de Maagd van Orléans’ alhoewel pucelle toen niet ‘maagd’ betekende). Waarom ik ‘la Pucelle’ met hoofdletter zet, en wat er achter dat ‘d’Orléans’ schuilt, leg ik in het boek uit.
  3. In mijn boek gebruik ik daarom consequent ‘Jehanne’ en ‘la Pucelle’ wanneer het over haar gaat, en ‘Darc’ wanneer het over de familie gaat. Alleen wanneer ik verwijs naar boektitels die ‘Jeanne d’Arc’ dragen, laat ik die uiteraard staan zoals ze zijn – titels pas je niet aan.

De tweede vraag die ik soms krijg: waarom duurt het zo lang…?

Ik ben er inderdaad al vier jaar mee bezig – maar de eindmeet komt in zicht. Dat komt doordat ik heel veel boeken gelezen heb, en nog steeds lees. Bijna alle in het Frans, dus moet ik die teksten eerst vertalen. En hoewel er tegenwoordig allerlei vertaaltools bestaan, geven die niet altijd voldoening – meestal niet zelfs. De finesse verdwijnt vaak. Dan moet je wikken en wegen, nadenken, herschrijven – soms meer dan eens. En er je eigen ‘draai’ aan geven, met behoud van de juiste inhoud. En, omdat Fransen nogal graag en veel, lange volzinnen gebruiken, kost dat tijd…

Daar komt bij dat ik geregeld vier, vijf of zes boeken doorneem die over een bepaald item gaan. Die leg ik naast elkaar, ik vertaal, ik vergelijk, en dan moet ik opnieuw beslissen wat uiteindelijk míjn eindtekst wordt. Ook dat kost tijd. Soms geraak ik op één dag maar aan twee tot drie pagina’s voor ik tevreden ben. Op andere dagen gaat het vlotter.

Om dit blogstukje af te sluiten nog deze anekdote: van een uitgever kreeg ik de bedenking waarom ik ChatGPT niet gebruikte om een tekst die ik al had doorgestuurd te herschrijven in de stijl van een nogal populaire schrijver (en nee, hij is niet afkomstig van Lo…). Stel je voor… Mijn antwoord was kort en duidelijk: “Nee, doe ik niet – want dan is het míjn stijl niet meer.”

Tot de volgende.

Scroll naar boven