Jehanne la Pucelle* - Inleiding
Op deze pagina krijg je een inleiding op het verhaal. Het historisch gefundeerd verhaal, niet het klassieke.
Ben je klaar voor een duik in de geschiedenis?
“Quoniam, si mentiri non liceat,
licite tamen veritas occultatur,
loco et tempore, fictione bona,
aut verborum circumlocutine.”[1]
Guillaume Prévosteau,
Openbaar aanklager voor de familie Darc in 1455.
Waarom nog een boek over Jeanne Darc? Er zijn immers al duizenden – in meerderheid Franse – boeken over deze legendarische Franse figuur volgeschreven. Is er dan nog iets nieuws over haar toe te voegen? Wellicht niet echt, zolang er geen nieuwe ontdekkingen over haar en haar leven naar boven komen.
De meeste boeken brengen het officiële verhaal over Jehanne. Veel minder talrijk zijn de boeken die het ‘andere verhaal’ brengen (zie verder).
Waar komt mijn fascinatie voor deze enigmatische jongedame vandaan? Ik ben geen historicus, – maar hou wel van historie – en ik ben een reisleider sinds het jaar 2000, gespecialiseerd in onder andere de kastelen van de Loire. Hierdoor kom ik natuurlijk vaak in steden als Orléans, Tours, Blois, en soms ook in Reims, als etappeplaats. En laat dat nu juist enkele van de steden zijn, waar een deel van het leven en het verhaal van Jehanne zich onder meer afspeelt.
Tijdens mijn rondleidingen vertel ik mijn klanten het verhaal van Jehanne, het officiële verhaal zoals ik dat gelezen heb in allerlei reisgidsen, magazines of op internet, en zoals men het ter plaatse ook in de musea presenteert. Toch stelde ik mezelf een aantal vragen… “Heeft zij echt die stemmen gehoord die haar opdrachten gaven?” Stemmen van o.a. de aartsengel Michaël en de ‘heiligen’ Catharina en Margaretha, volgens haar dan… “Hoe kon zij de koning (Karel VII) die zich tussen een menigte van zo’n 300 mensen verstopt had, zomaar herkennen?” “Hoe kon zij als jong meisje de leiding krijgen over een leger?” “Waar had zij leren paardrijden en een zwaard hanteren?”… enzovoort.
* De naam Jeanne Darc heeft zij zelf nooit gebruikt; ze noemde zichzelf Jehanne la Pucelle. De familienaam Darc verscheen pas in 1455, in het ‘Procès en nullité de la condamnation’ (Proces ter nietigverklaring van de veroordeling) – zie p. 34-36.
In 2003 las ik in een krantenartikel een heel ander verhaal: een Oekraïense geleerde, dr. Sergueï Gorbenko zou in de basiliek van Cléry-Saint-André ten zuidwesten van Orléans, de resten van la Pucelle gevonden hebben!
De resten?? Was Jehanne dan niet verbrand op de brandstapel in Rouen?
Dr. Sergueï Gorbenko is maxillofaciaal chirurg en historicus. Deze combinatie van opleidingen leidde hem naar werken in het Instituut en Museum voor Antropologie en Gezichtsreconstructie in Lviv (Oekraïne). Het instituut heeft een ambitieus programma opgesteld om een galerij van portretten van historische figuren uit de middeleeuwen te creëren.
Gorbenko kwam op uitnodiging in Frankrijk werken. Deze wereldberoemde wetenschapper heeft het gezicht gereconstrueerd van Bernardus van Clairvaux, die in 1153 stierf. Bernardus’ schedel kwam in een reliekschrijn terecht en werd door een priester verborgen om hem te beschermen tegen vernietiging tijdens de Franse Revolutie.
Deze gegevens bleven bij mij sluimeren en ik vertelde er mijn klanten op reizen niet zo veel over, want alles leek toch vrij ongeloofwaardig… Tot in 2020, het jaar van de herdenking van de honderdste verjaardag van de heiligverklaring van Jeanne Darc. Als voorzitter van de vereniging Reisleiders Vlaanderen plande ik voor deze gelegenheid een studiereis ‘In de voetsporen van Jehanne la Pucelle’. Tot corona daar een stokje voor stak…
Bij de verdere voorbereidingen voor die reis, die uiteindelijk in 2023 kon doorgaan, las ik heel veel boeken over Jehanne. Ik vond ook een website die een heel ander verhaal bracht…
Van alle historische figuren uit de Franse geschiedenis zijn er weinig die meer standbeelden kregen dan Jeanne Darc. Op tal van pleinen staat haar monument en in vele kerken een beeld, al dan niet als ruiter, maar vaak in wapenuitrusting en met een vaandel. Het aantal straten, hoge- en middelbare scholen, ziekenhuizen, seculiere en religieuze instellingen dat naar haar vernoemd is, is wellicht niet te tellen.[2] En alhoewel ze in de 15de eeuw leefde, duurde het tot 1920 voordat paus Benedictus XV haar heilig verklaarde.
Wie was deze jongedame, deze Pucelle (met hoofdletter) uit Domremy, die als herderinnetje (bergerette) opgroeide en op haar dertiende beweerde uit de hemel goddelijke stemmen te horen? De stemmen van de aartsengel Michaël en de heiligen Catharina en Margaretha vertelden haar dat ze naar de apathische Franse koning[3] moest trekken in Chinon, Orléans moest bevrijden van de Engelsen, en Karel VII[4], in haar ogen ‘enkel nog maar de dauphin’, naar Reims moest begeleiden waar de aartsbisschop hem tot echte koning van een meer eengemaakt Frankrijk zou zalven en kronen. Het was een duidelijke en heldere boodschap, met een hoopgevende weerklank in alle standen van een tijd waarin het onverklaarbare, buitennatuurlijke en het wereldlijke nog niet van elkaar waren gescheiden.
Nadat Jehanne deze drie opdrachten met succes gerealiseerd had, en een begin had gemaakt aan de herovering van door Engelsen en Bourgondiërs ingenomen gebieden van Frankrijk, faalde het koninklijke leger voor de muren van Parijs. Jehanne’s momentum leek voorbij.
Ze werd gevangengenomen in Compiègne, (met hulp van ‘wij, Vlamingen’ notabene, zie verder…), verkocht en uitgeleverd aan de Engelsen. In 1431, na een lang inquisitoriaal proces in Rouen, kwam ze, op 19-jarige leeftijd, om op de brandstapel. In 1455-56 volgde een nieuw proces, ter nietigverklaring van het eerste proces, maar dikwijls verkeerdelijk ‘rehabilitatieproces’ genoemd – waarin haar familienaam Darc voor het eerst opdook trouwens. Samen met Sainte Thérèse de l’Enfant-Jésus werd Jehanne na haar heiligverklaring in de 20ste eeuw tot secundaire patroonheilige van Frankrijk uitgeroepen.
Dit is het verhaal dat in Frankrijk verteld en onderwezen wordt. Maar er bestaan rond deze geschiedenis twee hoofdstrekkingen: de ‘traditionalisten’ en de ‘orléanisten’. De eersten, ook wel domremisten genoemd, vertegenwoordigen de officiële, klassieke strekking. Deze versie wordt door de Kerk als de hare beschouwd en op scholen onderwezen en maakte al het onderwerp uit van duizenden boeken.[5] Ontelbaar is het aantal artikels in tijdschriften en magazines.
Daarnaast heb je de strekking van de ‘controversiëlen’ ook ‘orléanisten’ en ‘survivalisten’ genoemd. Zij worden door de andere groep steevast als ‘mythographes’ bestempeld. Ook zij brachten al honderden boeken en artikels uit. Er zijn echter weinig auteurs – of websites – die beide versies samen presenteren. Beide groepen houden halsstarrig vast aan hún eigen waarheid en verwerpen de visie van de anderen.
In dit boek wil ik beide versies van het verhaal van Je(h)anne behandelen. Elk hoofdstuk begint met de klassieke versie van de gebeurtenissen omtrent de ondernemende en gedreven jongedame volgens bewaarde documenten en getuigenissen. We wijzen op de aspecten waarover, al dan niet terecht, vragen kunnen gesteld worden. Deze vragen markeer ik met een asterisk (* zoals in de titel). Onder de asterisk vermeld ik de vragen of onduidelijkheden, en in het erop volgende hoofdstuk kom ik hierop terug. Daar presenteer ik het controversiële verhaal, waarbij het aan u, de lezer, is om zelf een oordeel te vellen. Dit boek is daarmee anders dan de andere boeken, die slechts één verhaal vertellen en het andere steevast afwijzen of zelfs verwerpen.
Uiteraard blijven er nog vele vragen rond deze fascinerende figuur Je(h)anne onbeantwoord. Dat was reeds zo tijdens haar leven waarin geschiedenis en legende elkaar verstrengelend ontmoetten, samen met de propaganda van zeer veel belanghebbende acteurs.
Wie was deze fantastische jongedame, Jehanne la Pucelle[6], die volgens de officiële versie op 30 mei 1431 in Rouen op de brandstapel om het leven kwam?* In elk geval heeft ze met haar relatief kortstondig optreden in de cultuurgeschiedenis van Frankrijk en West-Europa een onuitwisbare stempel als politiek icoon nagelaten.
* Maar kwam zij daar wel om het leven...? Of niet?
We kijken naar de receptie, perceptie en exploitatie van de gebeurtenissen: eerst door haar tijdgenoten uit alle standen, en vervolgens eeuwenlang door dichters, essayisten, romanschrijvers, kerkelijke dignitarissen, politici, cineasten, gidsen en reisleiders met een aanhoudende polemiek.
Een hoofdacteur was vanaf 1419 de machtige en vrijelijk regerende hertog, ‘onze’ Filips de Goede van Bourgondië. Hij was ook graaf van Vlaanderen – vandaar ‘onze’ – en Artesië, hertog van Brabant, palatijn, heer van Salins en van Mechelen. De onder zijn gezag verenigde landen in de delta van de Schelde, Maas en Rijn gaf hij een staatkundige dimensie. Schitterend was zijn hof en vermaard zijn bibliotheek. In 1430, toen Jehanne nog leefde en zij tot in Brugge gekend was door snel geschreven lofbetuigingen en verhalen van Italiaanse kooplui, stichtte Filips de ‘Orde van het Gulden Vlies’ waarmee hij de adel in een enorm gebied aan zich bond.
Het is heel opmerkelijk dat er geen enkele afbeelding van Jehanne uit haar eigen tijd bestaat, behalve één schets (zie verder op pagina 93). Hoe weten we dan meer over Jehanne, wie ze was of hoe ze eruitzag? We moeten ons baseren op de teksten van de twee processen: het proces van 1431 en het annuleringsproces van 1455-1456. Het proces van 1431 bevat vooral juridische en beschuldigende getuigenissen en uitspraken van Jehanne zelf over de gebeurtenissen, die ons een uniek inzicht geven in haar leven en persoonlijkheid. Het tweede proces, geleid door de Kerk en koning Karel VII om haar onschuld te bewijzen, bevat veel getuigenverklaringen van mensen die haar persoonlijk gekend hebben.
In dit boek neem ik u graag mee op een reis door de tijd, waarin we de verschillende perspectieven en controverses rond deze fascinerende figuur verkennen. Laten we samen de mysteries trachten te ontrafelen en proberen te ontdekken wie Jehanne werkelijk was.
*“Hoewel liegen verboden is,
is het verbergen van de waarheid wel toegestaan,
op het juiste moment en op de juiste plaats,
door middel van fabelachtige verzinsels of omwegen.”
Vertaling tekst Guillaume Prévosteau
Het boek “Aan het vuur ontsnapt?” is beschikbaar sinds mei 2026.
[1] J. QUICHERAT, Procès de condamnation et de réhabilitation de Jeanne d’Arc, Tome II, p. 182.
[2] Volgens een schatting in 2008 zijn dat nog steeds ca. 20.000 standbeelden. In 2015 droegen 426 scholen haar naam.
[3] Karel VII (1403-1422-1461), was in 1418-19 uit Parijs verdreven. Zonder zalving en kroning te Reims en met een door de Engelsen en Bourgondiërs sterk gereduceerd kroondomein, noemde men hem smalend ‘le petit Roi de Bourges’. Tevens meende hij een bastaardzoon te zijn van Karel VI.
[4] We gebruiken voor de koningen 3 jaartallen: geboorte- en sterfjaren, + hun regeerperiode.
[5] Alleen al in de Médiathèque d’Orléans zijn er zo’n 22.000 gerepertorieerd.
[6] We gebruiken verder wel deze naam omdat zij zelf nooit ofte nimmer de naam Jeanne Darc gebruikt heeft.
